De vergrijzing in de landbouw zet door: één op de drie boerenbedrijven kent geen bedrijfsopvolger. Wat overblijft zijn karakteristieke erven met woonhuis, bedrijfsgebouwen en soms honderden vierkante meters aan stallen en loodsen. Deze vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) is een unieke woonkans.
Wat kan er?
Op één erf kunnen doorgaans twee tot vier extra woningen worden gerealiseerd, afhankelijk van bestemming en provinciaal beleid. Denk aan splitsing van de oorspronkelijke boerderij, transformatie van een schuur naar wooneenheid, of nieuwbouw ter vervanging van gesloopte stallen.
Provinciaal beleid is bepalend
Elke provincie kent eigen kaders voor VAB-beleid: welke bebouwingsoppervlakken mogen worden ingezet, hoeveel woningen zijn toegestaan, welke landschappelijke inpassing is verplicht. Gelderland, Overijssel en Noord-Brabant lopen voorop met heldere regelingen.
Voordelen voor het buitengebied
Wonen op erven zorgt voor levendigheid in dorpen, verlichting van de woningdruk in nabijgelegen kernen en behoud van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Vaak in combinatie met sloop van niet-karakteristieke stallen, wat de ruimtelijke kwaliteit verbetert.
Aandachtspunten
Denk aan stikstofuitstoot bij combinatie met veehouderij in de omgeving, aan bereikbaarheid en aan asbestsanering van oude daken. Een goede haalbaarheidsstudie voorkomt teleurstellingen achteraf.
Eigenaren van agrarische erven kunnen via onze scan direct zien welke kansvormen — inclusief 'wonen op erven' — voor hun locatie relevant zijn.